Je-bent-wat-je-leest-quiz

Geef antwoord op de quizvragen en schrijf de letter van je antwoord op.

   

1. Je bent in een rothumeur en je verveelt je. Wat doe je?


A.
Je gaat hardlopen, skaten of voetballen. Van sporten knap je altijd weer op!

B. Je belt aan bij de nieuwe buren. Wel spannend, maar wie weet is daar iemand om mee te spelen…

C. Je gebruikt je fantasie en verzint een fantastisch nieuw spel.

D. Je belt die vriend of vriendin die jou binnen de kortste keren aan het lachen maakt.

E. Je gaat een beetje rondhangen op het pleintje, in de hoop dat die leuke jongen of dat ene leuke meisje er ook is.

F. Lekker knuffelen met je kat, of een eind wandelen met de hond.

G. Je schrijft in je dagboek over alles wat je dwars zit. Ziezo, dat lucht op!

H. Je bedenkt je hoe kinderen honderd jaar geleden helemaal geen playmobil, televisie en computers hadden en begrijpt ineens niet meer waarom jij je eigenlijk verveelde.

 

    

2. Waar/wanneer lees jij het liefst?


A. Op je handdoek in het gras, nadat je lekker heb gezwommen.

B. In je hangmat onder een klamboe, ergens in de jungle.

C. In je zelfgebouwde hut.

D. Op de W.C. (deur op slot uiteraard).

E. Buiten bij kaarslicht of bij een olielamp, op een zwoele zomeravond.

F. Lekker op de bank, met je huisdier op schoot.

G. Het maakt jou niets uit, je leest altijd overal.

H. Boven op zolder in een knus hoekje, helemaal verstopt tussen allerlei spulletjes.

 

    

3. Je ouders hebben de loterij gewonnen en jij mag voor één keer kiezen wat je maar wilt voor je verjaardag. Wat wil je?


A. Je hebt altijd al een racefiets willen hebben, dus je hoeft niet lang na te denken.

B. Met zijn allen op vakantie. Dit keer kies jij het land van bestemming, en dat is ver weg!

C. Poeh, wat wil je graag? Je kunt zoveel verzinnen, je vraagt een week bedenktijd.

D. Je begint ontzettend hard te lachen. Je had je ouders bijna geloofd. De loterij gewonnen…wie verzint dat nou? Dat is een goeie grap!

E. Je hebt verkering en je wilt je vriend(in) eens goed trakteren: lekker naar de film en ergens een patatje eten!

F. Eindelijk op paardrijles! Je wilde het al heel lang, maar je ouders vonden het te duur…

G. Je raadt je ouders aan geen gekke dingen te doen met het geld, net nu het wat slechter gaat met de economie. Kunnen ze het niet beter gewoon op een spaarrekening zetten?

H. Je hebt gehoord dat een groep archeologen bezig is met opgravingen in Egypte, dus je belt meteen naar het reisbureau om te vragen wanneer de eerstvolgende vlucht naar Caïro vertrekt.

 

    

4. Wie is je grote held?


A. Een voetballer: Xavi, Messi of Ronaldo

B. De winnaar van Expeditie Robinson!

C. Harry Potter

D. Een komiek zoals Najib Amhali, Jim Carrey of Mister Bean

E. Dat hou je liever geheim, want daar ben je verliefd op

F. De hondenfluisteraar of een andere grote dierenvriend

G. Je beste vriend of vriendin natuurlijk!

H. Iemand die echt iets heeft betekend voor de wereld: Anne Frank, Gandhi, Nelson Mandela…

 

    

5. Welk moment zul je nooit vergeten?


A. De dag dat jij/ jouw club kampioen werd.

B. Toen jullie op safari waren en er een olifant uit de bosjes kwam stampen.

C. Het moment waarop je dacht dat je een vliegende schotel voorbij zag komen.

D. Die keer dat je vader uit zijn broek scheurde in het restaurant, haha.

E. De dag dat je vriend(in) verkering aan je vroeg.

F. Het moment waarop je jouw huisdier voor het eerst zag, lief!

G. Het moment waarop je naar het jeugdjournaal keek en hoorde dat…

H. De dag dat je in Rome het Colosseum bezocht, waar vroeger gladiatorengevechten gehouden werden.

 

    

6. In welke kleuren ga jij je kamer behangen?


A. Rood-wit

B. Rood-geel

C. Paarsgestippeld of metallic

D. Uhm..doe maar mosterdgeel of magenta(wat is dat eigenlijk voor kleur?)

E. Rose-rood

F. Geel-groen

G. Blauw

H. Blauw-groen

 

    

7. Je krijgt een abonnement op een tijdschrift, wat kies je?


A. NuSport of de Voetbal International

B. National Geographic Junior

C. Nickelodeon Magazine

D. Donald Duck

E. Hoe Overleef Ik

F. Kids for Animals

G. KidsWeek

H. Zo Zit Dat

 

    

8. Je gaat op vakantie en je neemt mee…


A. Badmintonrackets

B. Een survivalhandboek

C. Een paar lekkere dikke boeken

D. Je goede humeur

E. Je mobieltje, zodat je in ieder geval je vriend(in) kan bellen

F. Je hond

G. Je paspoort en iets tegen muggen.

H. Een metaaldetector, wie weet vind je een schat!

 

    

9. Wat vind je het leukste om te doen op school?


A. Gymnastiek

B. Aardrijkskunde: over landen/vulkanen

C. Toneel spelen

D. Een grappig verhaal schrijven

E. Muziek maken

F. Biologie: over dieren/de natuur

G. Schooltv-weekjournaal kijken

H. Geschiedenis

 

    

10. Welk van de onderstaande boeken kies jij?

  • A.

    De Karate Kampioen

  • B.

    De schat van El Patron

  • C.

    De GVR

  • D.

    De waanzinnige boomhut

  • E.

    Verliefd op alle 3

  • F.

    Terug naar de wildernis

  • G.

    Brugklassers

  • H.

    De boogschutter van Hirado